Als homoseksuele man, geboren en getogen in Syrië, raakt deze foto mij diep.
Ik ben uit Syrië gevlucht uit een land waar ik vanwege mijn homoseksualiteit nooit veilig was en waar ik nooit vrij mezelf had kunnen zijn. Nederland werd mijn nieuwe thuis.
Juist daarom was ik trots dat Nederland met Rob Jetten zijn eerste openlijk homoseksuele minister-president kreeg. Een premier die openlijk over zijn homoseksualiteit spreekt, zichtbaarheid belangrijk vindt en uitdraagt dat LHBTQ+’ers vrij en veilig moeten kunnen leven.
En dan zie ik deze foto.
Onze homoseksuele premier, glimlachend en handen schuddend met Ahmed al-Sharaa: voormalig leider van HTS, eerder verbonden aan al-Qaeda, en nu president van een Syrië waar homoseksualiteit nog altijd strafbaar is en waar LHBTQ+’ers nog steeds niet vrij en veilig kunnen leven. Een Syrië waar onder het huidige bestuur bovendien ernstige misstanden tegen minderheden zijn gedocumenteerd.
Ik begrijp hier helemaal niets van. En voor mij maakt dat deze foto niet minder pijnlijk.
Als Syriër. Als homo. En inmiddels ook als Nederlander.
Ik walg van dit beeld. Het voelt voor mij schaamteloos en als een klap in het gezicht.
Ontmoeting met de Syrische president Ahmed Hussein al-Sharaa. We spraken over de situatie in Syrië, in de bredere regio en over het belang van een inclusieve politieke transitie.
Het ging ook over de mogelijke terugkeer van Syriërs vanuit Nederland en de mogelijkheden om te helpen bij de wederopbouw. In het bijzonder op het gebied van landbouw waar Syrië graag onze expertise voor inzet.