Martin Bosma bracht de docentenhandreiking ‘Herkennen en bespreken van racisme in de klas’ terecht onder de aandacht in de politiek. Ik heb het boekje inmiddels zelf ook grondig doorgelezen en uitgeplozen. Wat staat er nog meer in?
Docenten krijgen onder andere het advies om specifiek zwarte mensen of mensen van kleur te zoeken als gastsprekers bij de politie, brandweer, zorg en het bedrijfsleven. Ook worden ze aangemoedigd media en verhalen van zwarte makers te gebruiken en kritisch te onderzoeken waar hun eigen ongemak of weerstand daartegen vandaan komt.
Het begrip ‘white tears’ wordt gebruikt voor witte mensen die huilen, emotioneel reageren of zich als slachtoffer presenteren bij gesprekken over racisme. Witte mensen worden hierin puur als groep benaderd en hun weerstand wordt gekoppeld aan privilege. Leerlingen moeten bovendien erkennen dat ze bijdragen aan racisme zolang ze niet actief antiracistisch zijn. Kritiek of een andere invalshoek kan worden weggezet als een schadelijke afleiding.
Als je dieper in het boekje duikt, kom je nog meer opmerkelijke zaken tegen die in de praktijk juist enorm problematisch uitpakken. Zo dwingt de gids docenten tot een bewuste selectie op basis van huidskleur. Dat geldt niet alleen voor de mensen die voor de klas worden uitgenodigd, maar trekt zich ook direct door naar de lesstof zelf. Docenten worden expliciet opgedragen om bij de invulling van hun lessen bewust te kiezen voor zwarte media en zwarte auteurs. Hiermee wordt de selectie van lesmateriaal, literatuur of gastsprekers niet langer gebaseerd op hun inhoudelijke kwaliteit, relevantie of expertise, maar louter op de etniciteit van de maker of spreker. Dit stimuleert een vorm van hokjesdenken die leerlingen leert om cultuur, media en mensen uitsluitend nog te beoordelen op hun kleur.
Nog kwalijker is het onderdeel over de ‘Zeven schadelijke praktijken’. Hierin introduceert het boekje een morele dubbele standaard door te stellen dat je racistische uitingen van witte mensen nooit gelijk mag stellen aan die van mensen van kleur vanwege een 'verschil in maatschappelijke macht'. In heldere taal betekent dit dat het boekje een vrijbrief geeft om discriminatie of vooroordelen vanuit minderheidsgroepen goed te praten of te bagatelliseren, terwijl exact hetzelfde gedrag door een witte leerling zwaar wordt veroordeeld. Hiermee wordt het universele gelijkheidsbeginsel in het onderwijs — het idee dat racisme áltijd fout is, ongeacht wie het doet — volledig overboord gegooid.
Scholen horen een veilige plek te zijn waar ieder kind volstrekt gelijk is. Dit boekje trapt dat basisprincipe genadeloos omver door een giftige dubbele moraal in te voeren op basis van afkomst. Het is puur racisme in een modern jasje: de facto de definitie van haat tegen blanken — en dit nota bene binnen ons eigen onderwijs!