Wat ik aan de steekpartij rond de TikTok-gebruiker Superhumanunchained, online bekend als Angelo Bryson, eigenlijk het interessantst vind, is niet eens Angelo zelf. Zijn persoonlijkheid en motieven zijn natuurlijk relevant voor wat er uiteindelijk is gebeurd, maar eerlijk gezegd zat een ernstige escalatie er al maanden aan te komen. Veel mensen die hem al langer volgen kennen hem als een labiele, extreem aandachtzoekende TikTok-figuur die voortdurend grenzen opzoekt, conflicten uitlokt of erin verzeild raakt en daar vervolgens ook nog eens live een publiek bij betrekt. Kinderen, Marokkaanse jongens, willekeurige voorbijgangers: er was steeds gedoe. Het hele format draaide steeds meer om provocatie, bravoure, fysieke aanwezigheid en de spanning van niet weten hoe een ander daarop zou reageren. Achteraf voelt het daardoor bijna alsof de vraag niet meer was of het ooit werkelijk fout zou gaan, maar wanneer.
Maar wat er daarna gebeurt vind ik veel interessanter dan Angelo zelf. Binnen enkele uren wordt zo'n vrij lokale, chaotische vechtpartij en steekpartij namelijk volledig opgeslokt door veel grotere maatschappelijke verhalen. Zijn voorstanders trekken het onmiddellijk in een raciaal frame: één zwarte man tegenover een groep blanke jongens, dus racisme, onderdrukking of eindelijk iemand die zich verzet tegen witte agressie. Terwijl je voordat je überhaupt over ras begint gewoon zou moeten kijken naar de concrete personen, hun gedrag en de volgorde waarin dingen gebeurden. Als die mannen inderdaad zwaar onder invloed waren, opgefokt waren, Angelo provoceerden en gezamenlijk de confrontatie met hem aangingen, dan zijn dat voor het verklaren van hun gedrag veel directere factoren dan het feit dat zij blank waren. Hun huidskleur verklaart niet waarom een groep beschonken of opgefokte mannen ruzie zoekt.
Aan de andere kant zie je exact hetzelfde mechanisme, alleen gespiegeld. Daar wordt één zwarte verdachte ineens het bewijs voor een complete maatschappelijke theorie: zwarte mensen zouden niet integreren, massa-immigratie zou zijn mislukt, Nederland zou structureel onveilig worden en daarom zouden de grenzen dicht moeten. Eén individu, met een nogal specifieke persoonlijkheid en een jarenlang online spoor van excentriek en conflictzoekend gedrag, verandert binnen enkele tweets in een vertegenwoordiger van miljoenen mensen. Zijn individuele psychologie verdwijnt en daarvoor in de plaats komt de stam waartoe anderen hem willen rekenen.
Ook politici grijpen zo’n incident vrijwel onmiddellijk aan om bestaande tegenstellingen verder op scherp te zetten. Geert Wilders reageerde op deze zaak bijvoorbeeld met “KICK THEM OUT OF HOLLAND”. Dat kennen we inmiddels van Wilders, maar ik vind het binnen deze analyse wel relevant dat hij naast Tweede Kamerlid ook deel uitmaakt van de Nederlandse delegatie naar de NAVO Parlementaire Assemblee. Niet omdat die ene tweet op zichzelf iets bewijst, maar omdat ik juist onderzoek hoe politieke polarisatie, informatieoorlog en cognitieve beïnvloeding in de praktijk op elkaar kunnen aansluiten. Als een incident nog nauwelijks is uitgezocht en een politicus met miljoenen bereik het onmiddellijk omzet in een boodschap over uitzetting en groepsdreiging, zie je precies hoe snel zo’n trigger event politiek wordt gemobiliseerd.
En daar begint voor mij het werkelijk interessante deel. Wanneer je het informatielandschap bekijkt vanuit cognitive warfare en information warfare, zie je bij zulke gebeurtenissen telkens dezelfde mechanismen terug. Niet zozeer in het incident zelf, maar in wat er daarna mee gebeurt. Een relatief lokaal en chaotisch conflict wordt online onmiddellijk opgenomen in bestaande politieke, raciale en ideologische breuklijnen. Algoritmes versterken de meest emotionele interpretaties, influencers geven er richting aan, politici trekken het naar hun eigen agenda en verschillende groepen gaan vervolgens niet meer alleen reageren op wat er feitelijk is gebeurd, maar op het narratief waarin het incident is geplaatst. Juist dat proces, hoe een trigger-event wordt gebruikt om perceptie, groepsgevoel en gedrag te sturen, is voor mij de interessante laag.
Het interessante begint nadat zo'n gebeurtenis heeft plaatsgevonden, want vanaf dat moment ontstaat naast het fysieke incident een tweede gebeurtenis: de strijd om de betekenis ervan.
Wie bepaalt wat miljoenen mensen hier uiteindelijk in zullen zien? Was dit racisme, immigratie, blank geweld, zwart geweld, islam, alcohol, straatcultuur, falend gezag of simpelweg een uit de hand gelopen ruzie tussen een paar individuen? Is Angelo slachtoffer, dader, held, gek, immigrant, Nederlander of symbool van iets veel groters? Binnen een paar uur reageren veel mensen niet meer primair op wat er feitelijk op de De Ruijterkade gebeurde, maar op de betekenis die hun eigen informatieomgeving daar inmiddels aan heeft gegeven.
Dat is precies waarom de literatuur over cognitive warfare mij interesseert. Binnen officiële NAVO-organen wordt cognitieve beïnvloeding al jaren niet behandeld als een exotische zijtak van propaganda. Allied Command Transformation omschrijft cognitive warfare als activiteiten die attitudes en gedrag beïnvloeden door individuele en collectieve cognitie te beïnvloeden, te beschermen of te verstoren. Een NATO Review-publicatie formuleerde het nog beeldender: “the human mind becomes the battlefield”, waarbij het uiteindelijke risico volgens die publicatie zelfs fragmentatie van complete samenlevingen is. Een NAVO-commandant merkte bovendien op dat in zo'n omgeving een lokale gebeurtenis vrijwel onmiddellijk wereldwijde gevolgen kan krijgen. Dat laatste is bijna een exacte beschrijving van wat sociale media met een gebeurtenis als deze doen.
act.nato.int/article/cogniti…
Daarmee zeg ik niet dat NAVO-documenten bewijzen dat de NAVO deze binnenlandse polarisatie zelf produceert. De documenten zijn grotendeels geschreven vanuit het perspectief van bescherming tegen vijandelijke beïnvloeding. Maar ze laten wel zien hoe serieus militaire strategen inmiddels kijken naar perceptie, emoties, gedrag, sociale cohesie en de informatieomgeving als variabelen in moderne conflicten. Het NATO Defense College omschreef cognitive warfare dit jaar zelfs als de weaponisering van informatie waarmee natuurlijke cognitieve kwetsbaarheden worden benut om iemands perceptie van de werkelijkheid te manipuleren. Wie dat als militair relevant terrein beschouwt, kan moeilijk volhouden dat het dagelijkse algoritmische informatielandschap waarin miljoenen burgers urenlang rondlopen slechts neutraal amusement is.
ndc.nato.int/war-is-a-mind-g…
Daar spelen algoritmes een enorme rol in. Een reactie als “we weten nog niet precies wat er gebeurde, laten we eerst alle beelden bekijken en het politieonderzoek afwachten” is waarschijnlijk de meest volwassen reactie, maar als engagementmachine is zij vrijwel waardeloos. Ze roept nauwelijks emotie op, bevestigt geen identiteit en geeft niemand een vijand. “Zwarte man verdedigt zich tegen witte racisten” werkt veel beter. “Zie je wel wat massa-immigratie met Nederland doet” ook. Beide formuleringen geven onmiddellijk richting aan woede, angst, herkenning en groepsloyaliteit.
Daar hoeven we inmiddels niet alleen maar over te speculeren. Een groot experiment dat in 2026 in Nature verscheen, liet zien dat engagement-gebaseerde feeds meer intergroepsgerichte, gemoraliseerde en emotionele content lieten zien dan chronologische feeds, met bijzonder sterke versterking van morele verontwaardiging en toxische politieke content; deelnemers kregen daardoor ook een vijandiger beeld van het andere politieke kamp. Ander recent onderzoek naar engagement-ranking vindt eveneens een feedbackloop waarbij het zwaarder wegen van likes en shares polarisatie en misinformatie kan versterken. Dat betekent overigens niet dat algoritmes in hun eentje politieke polarisatie veroorzaken, ouder experimenteel onderzoek laat zien dat dat causale verhaal complexer is, maar het idee dat engagement-ranking emotionele en conflictueuze informatie selectief zichtbaarder kan maken is inmiddels behoorlijk goed onderbouwd.
nature.com/articles/s41586-0…
Influencers hoeven binnen zo'n systeem dan ook niet voortdurend expliciete opdrachten te krijgen. Het incentive-systeem neemt een belangrijk deel van de selectie voor zijn rekening. Degene die een incident het snelst in een bestaand vijandbeeld weet te plaatsen, krijgt likes, reposts, volgers, donaties, abonnementen en status. Wie steeds zegt dat de werkelijkheid ingewikkeld is en dat er nog onvoldoende informatie beschikbaar is, verliest het qua bereik al snel van iemand die binnen dertig seconden een dader, slachtoffer en vijandige bevolkingsgroep heeft aangewezen. Zelfs wanneer alle betrokkenen volkomen autonoom handelen, ontstaat daardoor een selectieproces waarin de meest mobiliserende interpretaties structureel voordeel hebben.
Dat geldt ook voor politici en grote opiniemakers. Hun voordeel is dat zij niet alleen bereik hebben, maar bestaande groepen al een interpretatiekader aanbieden. Een volger hoeft vervolgens nauwelijks meer zelf te onderzoeken wat er is gebeurd; hij krijgt het incident kant-en-klaar in een wereldbeeld geleverd. Onderzoek naar elitecommunicatie laat ook zien dat politieke elites bestaande groepsidentiteiten kunnen versterken en daarmee affectieve polarisatie vergroten. Onderzoek naar influencers tijdens politieke crises vond bovendien dat uitgesproken gepolariseerde influencers juist beloond werden met meer retweets en nieuwe volgers. Dat maakt de economische en sociale incentive achter extreme framing moeilijk te negeren.
sciencedirect.com/science/ar…
Dat zie je niet alleen bij deze steekpartij, maar bij allerlei trigger events. Een heel duidelijk Nederlands voorbeeld is de moord op de 17-jarige Lisa uit Abcoude in augustus 2025. Die moord veroorzaakte begrijpelijkerwijs enorme emotie en leidde vrijwel onmiddellijk tot de campagne ‘Wij eisen de nacht op’, die binnen korte tijd honderdduizenden euro's ophaalde en later een stichting werd. Dat was geen klein online verschijnsel; de boodschap verscheen landelijk op billboards en groeide uit tot een blijvende campagne rond de veiligheid van vrouwen.
rtl.nl/nieuws/binnenland/art…
Maar ook daar ontstonden vrijwel direct concurrerende werkelijkheden. Voor een deel van rechts werd de moord bewijs dat massa-immigratie vrouwen onveilig maakt. In een ander politiek en activistisch kamp werd dezelfde gebeurtenis vooral geplaatst binnen femicide, patriarchaal geweld en structurele onveiligheid van vrouwen. Dat tweede frame werd bijvoorbeeld expliciet door de campagne zelf gebruikt; de oprichters plaatsten de zaak binnen een breder patroon van gendergerelateerd geweld. De discussie ging daardoor al snel niet meer alleen over de verdachte en Lisa, maar over mannen, migratie, vrouwen, veiligheid, asielbeleid en de inrichting van de samenleving.
rtl.nl/nieuws/binnenland/art…
Tegelijk gebeurde iets anders dat voor mijn analyse minstens zo relevant is: het incident opende onmiddellijk een beleidsvenster. Een dag na Lisa's dood kondigde de burgemeester van Ouder-Amstel extra camera's aan langs de route waar zij was aangevallen. Later kwamen daar extra verlichting, handhaving en verder cameratoezicht bij. Amsterdam trok zes miljoen euro extra uit voor vrouwenveiligheid en de politie begon een speciaal platform tegen geweld tegen vrouwen. Een jaar later blijkt uit inventarisaties dat meerdere gemeenten naar aanleiding van de maatschappelijke discussie maatregelen hebben genomen of overwogen op het gebied van verlichting, groen, handhaving en cameratoezicht.
rtl.nl/nieuws/binnenland/art…
Dat hoeft helemaal niet sinister te zijn. Sommige maatregelen kunnen uitstekend verdedigbaar zijn en sommige waren waarschijnlijk al veel eerder nodig. Waar ik op wijs is het politieke mechanisme: een emotionele gebeurtenis verandert de grenzen van wat onmiddellijk bespreekbaar en uitvoerbaar wordt. In bestuurskunde wordt dit soort dynamiek vaak als een policy window beschreven; in veiligheidsstudies zie je daarnaast het begrip securitisering, waarbij iets als een veiligheidsdreiging wordt geframed waardoor verdergaande maatregelen politiek gemakkelijker verdedigbaar worden. De interessante vraag is dus niet alleen of een camera op een donker fietspad verstandig is, maar ook hoe angst, publieke verontwaardiging en framing de ruimte voor beleid veranderen.
Na aanslagen zie je hetzelfde patroon op grotere schaal. Vaak kun je al voordat alle feiten bekend zijn ongeveer voorspellen hoe verschillende politieke kampen, media en influencers zullen reageren. Het ene kamp legt de nadruk op immigratie, religie of grenzen, een ander op discriminatie, radicalisering of maatschappelijke uitsluiting, terwijl bestuurders het ontstane gevoel van dreiging vrijwel onmiddellijk vertalen naar een roep om zichtbaar ingrijpen. Uit die dynamiek volgen vervolgens nieuwe bevoegdheden, meer toezicht, platformregulering, censuurachtige maatregelen of andere vormen van controle die in een rustige maatschappelijke context veel meer weerstand zouden oproepen. Juist daarom is de timing zo belangrijk: angst, woede en onzekerheid verkleinen de ruimte voor afstandelijke afweging en vergroten de bereidheid om maatregelen te accepteren die eerder politiek onhaalbaar waren. Het trigger-event verandert daarmee niet alleen het debat, maar ook de grens van wat bestuurlijk uitvoerbaar wordt.
Israël en Gaza bieden vervolgens een bijna laboratoriumachtige versie van hetzelfde proces. Daar staan groepen online al jarenlang lijnrecht tegenover elkaar en worden gebeurtenissen onmiddellijk in totaal verschillende historische, morele en politieke kaders geplaatst. Het interessante is dat recent onderzoek naar miljoenen posts op X over onder meer COVID, Oekraïne en Gaza laat zien dat gepolariseerde digitale gemeenschappen niet telkens opnieuw vanaf nul ontstaan. Dezelfde soort clusters keren bij nieuwe crises terug en een relatief kleine groep politieke influencers, journalisten, alternatieve media en partijactoren activeert telkens opnieuw bekende narratieven en scheidslijnen. Een onderzoek naar meer dan vier miljoen Duitstalige posts vond precies zo'n cross-topic re-emergence van ideologische kampen.
tandfonline.com/doi/full/10.…
Dat komt bijzonder dicht bij wat ik bedoel wanneer ik zeg dat je na verloop van tijd het mechanisme achter trigger events begint te herkennen. De gebeurtenis verandert, maar de infrastructuur van kampen blijft bestaan. Vandaag is het Gaza, morgen een steekpartij, volgende maand een verkiezing of rel. De inhoud verandert, maar veel accounts, influencers, vijandbeelden en emotionele reflexen worden opnieuw geactiveerd. Bij Israël-Gaza is bovendien empirisch onderzocht hoe algoritmische selectie divisieve en misleidende informatie kan versterken, en hoe de oorlog online in sterk gescheiden pro-Israëlische, pro-Palestijnse en neutrale narratieven uiteenvalt.
tandfonline.com/doi/full/10.…
Daar ontstaat ook een economisch model omheen. Polarisatie produceert aandacht, aandacht produceert bereik en bereik kan worden omgezet in geld, politieke macht of status. Het conflict hoeft daarvoor nooit te worden opgelost; voor sommige mediabedrijven, politieke ondernemers en influencers is een permanent mobiliseerbaar publiek economisch veel waardevoller. Standpunten die in een eerdere fase als extreem of marginaal werden beschouwd kunnen door voortdurende herhaling steeds vertrouwder gaan klinken, waarna de grens van het maatschappelijk aanvaardbare langzaam verschuift. Tegelijk leidt dezelfde escalatie tot druk op platforms en overheden om harder in te grijpen tegen desinformatie, haatzaaien en propaganda, zodat het conflict vervolgens ook een strijd over moderatie, censuur en de grenzen van toelaatbare meningsuiting wordt. Een VN-rapport over de Gaza-oorlog wees bijvoorbeeld expliciet op de combinatie van engagement-prikkels, schadelijke content en de daaropvolgende problemen rond platformmoderatie.
tandfonline.com/doi/full/10.…
Wanneer je je vervolgens verdiept in de mechanismen van cognitive warfare, ga je de rollen van media, politiek, influencers, activisten en platforms anders bekijken. Soms ontstaat dezelfde richting puur uit gedeelde incentives: een politicus wil stemmen, een influencer wil bereik, een journalist wil aandacht, een activist wil mobilisatie en een platform wil engagement. Maar daarnaast bestaan er ook georganiseerde communicatienetwerken, strategische campagnes, partijstructuren, overheidsprogramma’s en andere vormen van coördinatie waarin bepaalde boodschappen, thema’s en doelgroepen wel degelijk bewust worden geselecteerd en versterkt. Het interessante is juist dat beide mechanismen tegelijk kunnen werken. Een deel van het ecosysteem kan gestuurd of gecoördineerd zijn, terwijl veel andere actoren dezelfde richting op bewegen omdat bereik, status, geld en groepsdruk hen daar vanzelf naartoe trekken. Daardoor kan een narratief zich op grote schaal verspreiden zonder dat iedere deelnemer dezelfde opdrachtgever hoeft te kennen, terwijl er tegelijkertijd op bepaalde knooppunten wel degelijk sprake kan zijn van bewuste regie.
Daarmee wordt manipulatie ingewikkelder dan het klassieke beeld van propaganda waarbij iemand bovenaan een memo schrijft en duizenden ondergeschikten dezelfde boodschap verspreiden. In een algoritmische omgeving kunnen incentives, sociale beloning en groepsdruk al genoeg zijn om grote aantallen mensen vrijwillig dezelfde richting in te trekken. De mensen zelf beleven dat niet als manipulatie. De één is ervan overtuigd dat hij racisme bestrijdt, de ander dat hij Nederland verdedigt, weer een ander dat hij vrouwen beschermt, Israël verdedigt, Palestina verdedigt of vrijheid beschermt. De emotie is echt, de overtuiging is echt en juist daardoor wordt het moeilijk om nog buiten het eigen tribalisme te kijken.
Daarom gebruik ik die NAVO/cognitive-warfare-lens. Niet om achter ieder nieuwsfeit een geheime NAVO-operatie te plakken, maar omdat die literatuur taal geeft aan processen die anders gemakkelijk als losse internetruzies worden afgedaan. NAVO-publicaties hebben het over het beïnvloeden van perceptie en gedrag, over cognitieve kwetsbaarheden, over sociale media, over het aantasten van vertrouwen en zelfs over het fragmenteren van samenlevingen. Wanneer militaire strategen zulke processen relevant genoeg vinden om ze als onderdeel van moderne oorlogvoering te bestuderen, lijkt het mij merkwaardig om dezelfde processen in onze eigen dagelijkse informatieomgeving als onbelangrijk af te doen.
nato.int/docu/review/article…
Zo wordt een steekpartij meer dan alleen een steekpartij, niet omdat het oorspronkelijke incident noodzakelijk onderdeel is van een operatie, maar omdat het als trigger event een bestaand netwerk van emoties, groepsidentiteiten, algoritmes, influencers en politieke belangen activeert. Een gebeurtenis roept emotie op, de emotie zoekt een frame, het frame koppelt mensen aan een groep, engagement-algoritmes versterken de meest aansprekende interpretaties, influencers en politici vergroten het bereik, het andere kamp reageert, beide kanten radicaliseren elkaars beeld en uiteindelijk ontstaat een maatschappelijk klimaat waarin wantrouwen, angst en de roep om politieke actie sterker worden. Soms volgen daar maatregelen uit die in een minder geladen situatie veel langer of kritischer besproken zouden worden. Dat hele proces kan plaatsvinden zonder dat één actor iedere stap hoeft te controleren.
En uiteindelijk zitten twee groepen naar exact hetzelfde filmpje te kijken terwijl ze in compleet verschillende werkelijkheden leven. De ene ziet bewijs van structureel blank racisme, de andere bewijs van een etnische invasie. De ene ziet Angelo als iemand die zich eindelijk tegen een groep racisten verdedigde, de andere als bewijs dat een complete bevolkingsgroep niet in Nederland thuishoort. Ondertussen raakt de veel minder spectaculaire maar waarschijnlijk veel relevantere werkelijkheid uit beeld: een excentrieke TikTokker en een groep concrete mannen kwamen op een zaterdagavond met elkaar in conflict, waarna politie en justitie nog moeten reconstrueren wie precies wat deed en wanneer.
Dat vind ik veel belangrijker dan de vraag welk kamp in deze specifieke ruzie de beste tweet heeft. Want wanneer mensen eraan gewend raken iedere schokkende gebeurtenis onmiddellijk door ras, gender, religie, links-rechts of geopolitieke loyaliteit te interpreteren, hoeft niemand voortdurend van buitenaf opdracht te geven om de samenleving te verdelen. De bestaande informatiearchitectuur kan dat proces voor een belangrijk deel zelf onderhouden. Algoritmes distribueren, influencers framen, politici mobiliseren, groepen bewaken hun eigen narratief en ieder nieuw incident levert opnieuw emotionele brandstof.
En precies daarom vind ik deze zaak zo interessant. Niet omdat Angelo zo'n belangrijk persoon is, maar omdat je bijna in realtime kunt zien hoe een betrekkelijk ordinair straatconflict verandert in een veel grotere strijd om identiteit, perceptie en groepsloyaliteit. Het fysieke incident duurt minuten, terwijl de informatieoorlog over de betekenis ervan dagen, weken of veel langer kan voortbestaan en zich bovendien vastzet in bestaande politieke breuklijnen. Wie dat proces werkelijk wil begrijpen, moet niet alleen naar Angelo, zijn tegenstanders of Twitter kijken, maar ook naar de strategische literatuur waarin informatie, cognitie, gedrag en maatschappelijke cohesie inmiddels expliciet als relevante onderdelen van moderne conflicten worden behandeld. Daarom vind ik dat we ook de NAVO en haar ontwikkeling van cognitive- en information-warfareconcepten serieus moeten bestuderen en analyseren.